Een nieuw verhaal voor het voortgezet onderwijs: de reis is belangrijker dan het reisdoel

Het traditionele voortgezet onderwijs kent hardnekkige problemen. De samenleving vraagt om anders opgeleide leerlingen. En steeds meer leerlingen worden onvoldoende begeleid in hun persoonlijke ontwikkeling. Het wordt tijd voor een nieuw verhaal.

Het traditionele voortgezet onderwijs

Het traditionele voortgezet onderwijs wordt gekenmerkt door een heldere organisatie en selectie. Met veel cijfers, toetsen en examens wordt voortdurend gemeten hoe leerlingen er voor staan. De leerstof wordt opgediend in losse vakken met docenten als vakspecialisten, die een koninkrijk hebben in het klaslokaal. Leerlingen gaan ieder uur van vak naar vak met een andere docent, maar met een eenduidige manier van lesgeven. Docenten doen hun uiterste best om de lessen zo aantrekkelijk mogelijk te maken. De opleiding leidt tot een papiertje dat toegang biedt tot vervolgonderwijs. Het papiertje wordt steeds belangrijker met als gevolg dat het schoolsysteem helemaal in het teken komt te staan van het papiertje. Niet de reis van de jongere is belangrijk, slechts het reisdoel.  

 

Onvrede met het huidige systeem

Er ontstaat steeds meer onvrede met het huidige systeem. Er is al enkele decennia een  tekort aan leraren. Leerlingen in Nederland hebben in vergelijking met leerlingen binnen de Oeso (35 meest ontwikkelde landen) een extreem lage motivatie voor lessen. Docenten ervaren grote werkdruk en weinig autonomie en eigenaarschap. Leerlingen en ouders zien het belang van het papiertje en zoeken steeds vaker hun heil in het schaduwonderwijs als de school het laat afweten. Het aanbod van bijles, huiswerkbegeleiding en examentraining wordt steeds uitgebreider en ook beter. Deze weg moet je als ouder wel kunnen betalen. Veel ouders kunnen dat niet. Gevolg vergroting van de kansenongelijkheid in het halen van het hoogst haalbare diploma. Vanuit het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties wordt de roep luider dat jonge mensen vooral goed moeten scoren op competenties als samenwerken, creativiteit, sociale vaardigheden en kritisch denken. Natuurlijk willen scholen daarin tegemoet komen, maar voor het systematisch aanleren van dit soort competenties is geen tijd. Docenten geven in vergelijking met andere landen in Nederland veel lessen. Te veel, als er meer tijd nodig is voor het voorbereiden van leuke lessen, het samen met collega’s maken van leerstof, meer verdiepen in de persoonlijke situaties van leerlingen en tijd voor eigen persoonlijke ontwikkeling. 

 

Het wordt tijd voor een nieuw verhaal

Het wordt tijd voor een nieuw verhaal voor het voortgezet onderwijs. Laat de school niet een noodzakelijk kwaad zijn voor leerlingen, waarvoor ze moeizaam en te vroeg uit hun bed moeten komen. Laat de school een plek worden waar leerlingen graag voor uit bed komen en waar ze fluitend naar toe gaan. Een plek voor ontmoeten, ontdekken, experimenteren en diep leren. Iedere docent weet dat een avondje stampen voor de toets van morgen zeker kansen biedt op een behoorlijk cijfer, maar dat het stampwerk niet zal beklijven in het lange termijn geheugen. Diep leren is iets anders dan leren voor de toets.  Je kunt als docent de opvatting hebben van: ik bied iets moois aan, het is aan de leerling om het wel of niet te consumeren. Maar als je met die opstelling veel leerlingen mist, wat dan? Docenten kunnen leerlingen niet motiveren, maar wel inspireren. Leerlingen zullen uiteindelijk voor ervaren en leren zelf de knop om moeten zetten. Net als iedere theaterperformer moet een docent zich richten op zijn publiek. Dat betekent inspelen op de wensen en verlangens van de toehoorders. De docent heeft het vervolgens moeilijker dan de theaterperformer. De docent moet iets aanbieden dat uiteindelijk in het lange termijn geheugen wordt opgeslagen. De theaterperformer kan blij zijn met veel kaartverkoop en 5 sterren in de recensie.

 

Het nieuwe verhaal

De periode tussen 12 en 19 jaar is een unieke periode tussen kind en jong volwassenheid. In deze periode veranderen lichaam en hersenen ingrijpend. De tijd van loskomen van ouders, nieuwe relaties opbouwen en een eigen identiteit ontwikkelen. De antropologe Danielle Braun noemt dit de periode van het Ondertussen. Bij sommige stammen worden jonge kinderen weggehaald bij hun ouders en meegenomen door de sjamaan de jungle in. Ze komen niet eerder terug dan als ze alle benodigde kennis, vaardigheden en competenties onder de knie hebben voor het volwassen leven. We hoeven niet zo ver te gaan om kinderen uit hun thuissituatie te halen en in de jungle te trainen, maar we moeten wel van school de oefenruimte voor het Ondertussen maken. Waar leerlingen veel verschillende mensen kunnen ontmoeten, waar ze uitgebreid kunnen experimenteren, waar ze worden uitgedaagd en waar ze nieuwe dingen kunnen leren. De school als snoepwinkel van kennis en vaardigheden en de plek waar je met deskundige begeleiding je talenten leert ontdekken om vervolgens die talenten te ontwikkelen die de leerling zelf graag wil. De leerstof sluit aan bij de competenties van individuele leerlingen. De leerstof geeft positieve betekenis aan de eigen belevingswereld. Het keurslijf van cijfers en toetsen maakt plaats voor een feedbacksysteem waarin de individuele groei en ontwikkeling wordt beschreven. Niet langer allemaal langs de meetlat van het gemiddelde, maar focus op de individuele groeistapjes. Op basis van de ontwikkeling en groei worden nieuwe doelen en uitdagingen geformuleerd. Leerstof wordt in vakoverstijgende workshops aangeboden in dagdelen of hele dagen. Soms met 1 docent, maar soms ook met meerdere docenten en of externe gastspreker(s). Workshops vinden plaats in het schoolgebouw, maar ook buiten school. Er zijn verplichte workshops die binnen een bepaald aantal jaren gevolgd moeten zijn. Voor het grootste deel van de workshops kunnen leerlingen zelf kiezen. Missen leerlingen in het aanbod iets dan kunnen ze voorstellen doen om een nieuwe workshop in het aanbod op te laten nemen.  Iedere leerling kan goed lezen en schrijven als ze van de basisschool komen. Is dat onvoldoende geweest op de basisschool, dan wordt dat net zo lang bijgespijkerd als nodig. Leerlingen leren liefde voor Nederland en de Nederlandse taal, maar ook voor het Engels. Het Engels wordt aangeleerd of sterk verbeterd volgens de zogenaamde onderdompelingsmethodiek. Een aantal keren worden leerlingen in een individueel traject gedurende een bepaalde periode ondergedompeld in de Engelse taal. In de workshops treffen leerlingen van verschillende leeftijden elkaar. Niet de leeftijd is bepalend voor de groepssamenstelling, maar belangstelling. Sommige workshops kennen kleine groepen en andere soms hele grote groepen. Iedere leerling heeft naast de wisselende groepen per workshop een basisgroep met een vaste mentor. De groep start met 15 leerlingen zodat er in de loop van het jaar er altijd een paar leerlingen bij kunnen. De basisgroep kent ook verschillende leeftijden.  Alle bevoegde leraren hebben zich ingeschreven in het lerarenregister. Dit is bepalend voor het salaris. Staat een leraar niet in het register, dan ontvangt de leraar een lager salaris. Een goede leraar moet zichzelf ontwikkelen. Dat betekent dat de leraar ook soms leerling moet zijn. Iedere twee jaar moet een geregistreerde leraar punten verzamelen door het volgen van cursussen. Net als advocaten en specialisten in de zorg.  

In het nieuwe verhaal voor het voortgezet onderwijs zullen het uiteindelijk de docenten zijn die met elkaar de leerstof bepalen. Van alleen onderwijsuitvoerder, worden ze belangrijke onderwijsarchitecten. De leraar in het nieuwe verhaal is soms de vakspecialist, soms de onderzoeker, soms de maker van leerstof, soms mentor van een groep leerlingen en soms co-creator of assistent in een workshop van een leerling of externe.     Zou je als leerling niet dolgraag in het nieuwe verhaal naar school gaan en zou je als docent niet dolgraag in het nieuwe verhaal willen lesgeven, leerlingen begeleiden en leerstof samenstellen? En als docent gezien worden als de professional op het gebied van het helpen ontwikkelen van jongeren?  

Michiel Verbeek, 23 januari 2022