Geef de autodidactische leermachine ruimte

Er hangt verandering van het voortgezet onderwijs in de lucht. De belangstelling voor vernieuwingsinitiatieven groeit. Veel mensen in het onderwijs zijn ervan doordrongen dat het huidige systeem teveel talent vermorst en onvoldoende motivatie voor lessen bij leerlingen funest is voor leren. Het wordt tijd voor meer ruimte voor de autodidactische leermachine. 

 

Het begrip autodidactische leermachine komt van Sjef Drummen, de onderwijskunstenaar en initiator van de Agora scholen. Op zaterdag 9 oktober was Drummen de hoofdgast van filosoof Jan Bransen tijdens een onderwijscursus op het landgoed van de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW). Jan Bransen, Sjef Drummen, Claire Boonstra en 34 onderwijsprofessionals en -betrokkenen hebben een weekeinde lang gefilosofeerd over ander en beter onderwijs. Zeer leerzaam en inspirerend. Sjef Drummen geeft heel veel lezingen, maar deze keer mocht hij zich verliezen in de tijd. En daar maakte hij gretig gebruik van. Twee uur de lezing en nog anderhalf uur vragen en antwoorden, waarbij Drummen in zijn beantwoording geen enkele belemmering had om zijwegen in te slaan. Allemaal zeer de moeite waard. Sjef Drummen heeft sterke idealen, maar ook een ijzersterke onderbouwing voor zijn praktijken, ideeën en voorstellen.  De gedachte dat er verandering in de lucht hangt wordt ook ingegeven door de groeiende aanhang voor de ideeën van pedagoog Gert Biesta en dankzij Biesta de interesse in het werk van zijn collega pedagoog uit Frankrijk, Philippe Meirieu (Boeken: Pedagogiek en Frankenstein en de Pedagogiek). De discussie over onderwijs wordt ook steeds intensiever gevoerd door vertegenwoordigers van de gedachte dat je met een helder curriculum, evidenced-based praktijken en meer goede leraren klaar bent. Ik denk aan het zwartboek van Paul Kirshner. Het stevig afzetten tegen vernieuwingen zijn niet zelden een teken van dat de vernieuwing gaande of op komst is. Vernieuwingsplannen over de driejarige brugperiode van de Onderwijsraad worden bijvoorbeeld door Kirshner negatief geframed door het systematisch ‘midddenschool’ te noemen. En als een vernieuwing afgeserveerd moet worden, wordt vaak het mislukte Iederwijs en altijd de commissie Dijsselbloem van stal gehaald.  

 

Autodidactische leermachine

Het pleidooi van onderwijskunstenaar Sjef Drummen is ruimte geven aan kinderen en jongeren als autodidactische leermachines. Gert Biesta pleit voor wereldgeorienteerd onderwijs en pedagoog Philippe Meirieu ziet als taak van de leraar een ruimte in te richten om tot leren te komen en objecten aan te bieden die bij het kind het verlangen kunnen opwekken om daarover meer te weten te komen. Om dat te realiseren moet het roer om.  Kinderen laten in hun eerste levensjaren zo prachtig zien dat ze autodidactisch (zelflerend) zijn. Ze leren zonder dat er over geïnstrueerd wordt en via toetsing reproductie wordt verlangd. Na de eerste 4 jaar als autodidact gaan ze, volgens Drummen, zo’n twintig jaar de gevangenis (school) in om daarna weer aangewezen te zijn op hun autodidactische vermogen. Drummen wil in die tussenfase het kind en de jongere aan het roer hebben. 

 

Persoonlijke leerroutes

Persoonlijke leerroutes beginnen bij een individuele leervraag. Van daar uit zijn docenten/mentoren/coaches nodig om de leerreis goed te laten verlopen. De begeleiding is gericht op individuele ontwikkeling en groei, in plaats van vergelijken met anderen of een gemiddelde. Het biedt een uitgelezen kans om via directe feedback prestaties te verbeteren. Hier is het werk van Philippe Meirieu behulpzaam. Als de leerling zou weten wat hij moet leren, dan zou hij geen leerling meer zijn en geen leraar meer nodig hebben. De leraar/coach ontdekt algauw dat hij niet in de plaats van een ander kan leren, dat de weerstand van de leerling bestand is tegen zijn manoeuvres. Alleen de leerling leert. Coaches kunnen niet meer doen dan hem begeleiden in een stap die van hemzelf moet komen.’ In het traditionele voortgezet onderwijs constateren leraren dagelijks hoe moeilijk het is om een ruimte te creëren die het kind in staat stelt te werken, zich te concentreren, zich te oefenen in zelfbeheersing en zich toe te leggen op een activiteit. Op de Agora scholen gaat dat anders. De coaches hebben alle ruimte om de situaties te creëren waardoor leerlingen vanuit zichzelf gaan leren. Op een Agora school begeleidt de coach alle dagen van de week dezelfde groep van 15 tot 18 leerlingen. Dat is iets heel anders dan als docent 200 leerlingen in de week zien in enkelvoudige uurtjes. ’Iedereen kan leren, en niemand kan ooit voor een ander mens besluiten dat het leren definitief onmogelijk is: dit is het principe van de opvoedbaarheid. Leren laat zich niet afdwingen, en niets geeft toestemming om het leren op te leggen aan wie dan ook. En er bestaat geen vorm van kennis die zonder menselijke relatie verworven kan worden.’ 

 

De leefomgeving op Agora

De leeromgeving van een Agora school moet, volgens Sjef Drummen, een mengeling zijn van de Efteling, Harvard, een Boeddhistisch klooster, een marktplein, een atelier en een goed gevoel van thuis. De aanpak als Agora levert volgens Jan Bransen onderwijs op waar kinderen en jongeren leren hun eigen stem, perspectief en positie ontwikkelen. Dat is iets heel anders dan in het traditionele voortgezet onderwijs. Dat levert geen creatieve nieuwsgierige mensen op, maar passieve reproduceerders van kennis. Het huidige systeem vormt niet, maar vervormt, volgens Bransen. 

 

Interactie en teamwerk belangrijker dan instructie

Onder de critici van diverse onderwijsvernieuwingen hoor je vaak het belang van instructie door een goedopgeleide docent. Van Sjef Drummen mag iedere leerling volgepropt worden met instructie als hij daar zelf om vraagt. Schrijver van het boek Bouwstenen van High learning, Filip Dochy, zegt op basis van 25 jaar wetenschappelijk onderzoek naar leren: ‘eenrichtingsverkeer qua lesgeven is met pure instructie een slecht idee. We doen het helaas veel te veel. Instructie is effectief als we iets willen inleiden, toelichten of als de leerling of student om uitleg vraagt. Effectief leren, bestaat echter uit 70% interactie en teamwerk, 20% zelfstudie en 10% formeel instructie’. Als een leerkracht wil dat een leerling leert, moet hij ophouden met les te geven. De activiteit van de leraar moet afhankelijk zijn van wat de leerling doet en de vorderingen die hij daarbij maakt.

 

Schoolvakken

En dan schoolvakken. Dat zijn lichaamsdelen waarvan het leven is ontnomen, volgens Meirieu. In mijn boek Wie durft deze school aan? pleit ik voor vakoverstijgende workshops op basis van maatschappelijke thema’s. Leerlingen kiezen zelf welke workshops ze willen volgen. Specifieke vakkennis komt beter tot z’n recht en kan door leerlingen beter begrepen worden in samenhang. Gert Biesta toont in zijn boek World-centred education aan dat lessen op school wereldgeorienteerd moeten zijn. En niet kind-gericht en niet curriculum-gericht. Alleen volgen wat kinderen zelf willen kan betekenen dat ze te weinig meekrijgen om hun eigen leven te leiden. Alleen curriculum gericht is niet goed, omdat dat leidt tot kennis in het kind stoppen en door monitoring de reproductie meten. Zonder te weten wie het kind of de jongere is en waarvoor het curriculum dient. We moeten overstappen van de logica ‘één klas, één leraar, één discipline, één vak’ naar de logica ‘een groep leerlingen op menselijke maat, toevertrouwd aan een groep volwassen die elkaar aanvullen en die als taak hebben de leerlingen te laten werken en te laten slagen door een geheel aan geschikte middelen aan te bieden. De leerling moet in leersituaties worden gebracht, in beweging worden gezet op basis van een intellectuele activiteit die voor hem betekenisvol is. De kennis dient te worden aangeboden op basis van problemen die moeten worden opgelost: ‘Elke les is een antwoord.’ 

 

Wie durft deze school aan?

In mijn boek beschrijf ik de fictieve school Stellalusat. Als aanvulling op mijn boek komt er binnenkort een video met de belangrijkste ideeën uit het boek en een prachtige spoken word van de Groninger stadsdichter, Myron Hamming. 

 In beide video’s spelen leerlingen van het Harens Lyceum een belangrijke rol. In de video vertelt onderzoeker van de Generatie Z en de opvolger Alpha, René Boender, dat we in de toekomst eigenlijk niet meer moeten spreken over school, maar over een leermethodiek. Steeds meer leren kan beter buiten het schoolgebouw. Voor die leermethodiek gaat het om het ISP, het Inspirational Selling Point. Voor de video heb ik uitgebreide gesprekken gevoerd met leerlingen. En weer wordt bevestigd dat school om reden van de ontmoeting met leeftijdsgenoten leuk is, maar dat de motivatie voor vakken te wensen over laat. Van uur tot uur een ander vak, een andere docent met vaak andere regels is voor leren en beleven niet echt effectief. Door de beperkingen van het lesrooster, de lessentabel en het curriculum zijn de lessen qua methodiek vaak hetzelfde. En dat wordt na twee of drie lesuren wel een beetje saai. Maar de genoemde belemmeringen hoeven niet. Niemand dwingt de school om het zo te doen. Agora bewijst het. Ik heb het gezien tijdens mijn bezoek aan Xplore in Amsterdam

 

 

Oproep aan schoolbestuurders

Om tegemoet te komen aan de vraag van vernieuwingsconcepten zouden bestuurders van grote scholengemeenschappen schoolleiders en docenten de ruimte moeten geven om een nieuwe school met een andere methodiek toe te voegen aan het bestaande aanbod. Laat docenten solliciteren op de nieuwe loot aan de stam en geef ruimte aan die schoolleiders en docenten het op een andere manier te doen. Waarbij de relatie met leerlingen essentieel is; waar niet de docent druk bezig is, maar de leerlingen; waar interessante opdrachten een inspirerende leerreis tot gevolg hebben met veel samenwerking en teamwork; waarbij leerlingen keuzes hebben in hun leerroutes en waarbij docenten zorgdragen voor het naar binnen halen van de wereld waarin de jongeren hun geluk moeten vinden en hun leven moeten leiden. Geef volop ruimte aan docenten/coaches voor de ondersteuning van de persoonlijke leerroutes van de autodidactische leermachines. De nieuwe toekomst is begonnen! Doe je mee?

 

 

Michiel Verbeek, 17 oktober 2021