Plannen in het Coalitieakkoord niet voldoende om de groeiende kansenongelijkheid in het onderwijs te verminderen

In de televisieserie Scheefgroei over onderwijs heeft Sander Schimmelpenninck scherp in beeld gebracht dat opleiding en de sociaal-economische status van ouders voor een heel groot deel bepalend zijn voor de kansen van kinderen op school. De ongelijkheid wordt nog eens versterkt door de opkomst van het schaduwonderwijs. Voor kinderen van ouders met geld wel bereikbaar en voor kinderen met ouders met weinig geld onbereikbaar. Het moet anders!

Coalitieakkoord

Het kabinet ziet kansenongelijkheid als een kwaad dat bestreden moet worden. Het Coalitieakkoord van Rutte 4 is een begin, maar is niet voldoende. Het is ook geen eenvoudig te bestrijden probleem. Belangrijke elementen voor de ongelijkheid zijn geld en dus inkomen van ouders, de buurt waarin kinderen opgroeien, de opleiding van ouders, wel of geen stimulerende vriendengroep van kinderen en ouders, religie, liefdevolle thuissituatie. De meeste van deze elementen kan het onderwijs niet beslissend beïnvloeden. Wat dan wel? 

Een andere school

School moet voor leerlingen niet langer een noodzakelijk kwaad zijn, maar een inspirerende plek voor ontmoeten, ontdekken, experimenteren en diep leren. Een plek waarvoor kinderen en jongeren graag uit bed komen. Laat leerlingen mede-eigenaar worden van het schoolgebouw en de schoolfaciliteiten voor sport en cultuur. Kinderen en jongeren met een moeilijke thuissituatie gaan te vaak zonder ontbijt naar school en zonder gezonde avondmaaltijd naar bed. Zorg dat iedereen zonder betaling gebruik kan maken van een ontbijt en een warme maaltijd. Laat kinderen en jongeren dagelijks kennismaken met gezond voedsel. Ze gaan er onherroepelijk van houden. Het gezamenlijk eten biedt mogelijkheden om leerlingen elkaar anders te leren kennen en ze kunnen bijdragen aan de organisatie. Zo leren ze verantwoordelijkheid te dragen.

Autonomie, verbondenheid en competentie

Maar misschien is nog wel het belangrijkste om leerstof aan te bieden in persoonlijke leerroutes. Dat betekent aansluiten bij de belangrijke leertheorie van Deci & Ryan. Succesvol leren gebeurt als er wordt voldaan aan drie elementen: autonomie, verbondenheid en competentie. Autonomie heeft te maken met individuele vrijheid en gevoel van zelfbeschikking. Confronteer jongeren met verplichte kennis en vaardigheden, maar biedt ook veel keuzevrijheid. De verbondenheid heeft te maken met de behoefte aan interactie, contact en ergens bij horen. Dus leren met anderen. En dan het derde element is competentie. Het leren kan pas succesvol worden als de uitdagingen van de leerstof aansluiten bij de beschikbare kennis en vaardigheden van individuele leerlingen. En dat is bij veel leerlingen heel verschillend. Er zijn vroegbloeiers, middenbloeiers en laatbloeiers. Er zijn leerlingen die leren door te lezen, anderen die meer baat hebben bij een goed verhaal en uitleg en weer anderen kijken graag naar een instructief filmpje. Leren door doen werkt bijna bij alle leerlingen. Als je iedereen op hetzelfde moment door dezelfde hoepel laat springen, krijg je winnaars en verliezers. En dat is niet het doel van onderwijs. Iedere leerling moet zich kunnen ontwikkelen en moet kunnen groeien. 

Het roer moet om

Vooral in het voortgezet onderwijs moet het roer om als we als samenleving veel jongeren goede kansen willen geven zich te ontwikkelen en te kwalificeren voor een vervolgopleiding of een beroep naar hun hart. Het onderwijs zal om kansenongelijkheid echt tegen te gaan een ander karakter moeten krijgen. Dat vraagt om meer geld voor onderwijs, maar het zijn geen kosten, maar investeringen. Waar je mee omgaat vormt je. Organiseer daarom veel positieve prikkels op school. Positieve prikkels en context die het winnen van de vele negatieve prikkels in het leven van jongeren. Vergeet niet dat jongeren tussen 12 en 19 jaar zich in een uiterst belangrijke vormende fase van hun leven bevinden.    

Bekijk ook deze film (11 minuten): https://bit.ly/3gudkdR

Michiel Verbeek, 8 februari 2022