Onderwijsvernieuwing kan een bijdrage leveren aan een betere samenleving

De documentaire Klassen, het advies van de Onderwijsraad, het SER rapport over gelijke kansen, de ambtelijke scenario’s wijzen allemaal in één richting: het moet anders en het kan beter. Voor het onderwerp ‘motivatie voor lessen’ is ten onrechte nog onvoldoende aandacht.  

De documentaire Klassen heeft de recente maatschappelijke dialoog over onderwijs op gang gebracht. De stress van cijfers en de problematiek van kansenongelijkheid werd scherp in beeld gebracht. De Onderwijsraad volgde met een onderbouwd pleidooi voor een driejarige brugperiode: Later selecteren en vooral beter differentiëren. Het rapport van de SER  gaat verder over het bevorderen van gelijke kansen in het onderwijs. Wethouders van de grote steden waarschuwen voor het naar huis sturen van kinderen door het lerarentekort. Ambtenaren van het ministerie van Onderwijs hebben 4 scenario’s klaarliggen voor de formatie. Er zijn zorgen over de toename van schaduwonderwijs en de prestaties op de PISA-lijstjes. En dan is er het onwaarschijnlijk grote budget in het NPO (Nationaal Programma Onderwijs) voor het tegengaan van achterstanden en vertragingen door corona. Over één onderwerp, waar vooral het middelbaar onderwijs mee kampt, wordt nog weinig gesproken en dat is misschien wel het grootste probleem: motivatie van leerlingen voor lessen. In de lockdown tijd kwamen docenten, ouders en onderwijsdeskundigen in de media vertellen dat leerlingen dolgraag weer naar school wilden. Ja, om hun klas- en schoolgenoten te zien, maar niet om de lessen. Volgens de Oeso (samenwerkingsverband van 35 hoogontwikkelde landen) bungelen de Nederlandse leerlingen onderaan het lijstje als het gaat om motivatie voor lessen. Dat is een onderschat urgent probleem. Zonder motivatie is effectief leren nauwelijks of niet mogelijk!  

 

De werkgroep heroverweging onderwijs

Voor een nieuwe formatieronde wordt door werkgroepen van ambtenaren ontwikkelingen in de sector en mogelijkheden voor beleid in kaart gebracht. Om politici te helpen keuzes te maken. Op de burelen van het ministerie van Onderwijs liggen 4 scenario’s klaar. De werkgroep Onderwijs ziet drie belangrijke aangrijpingspunten voor hun scenario’s:

  1. De leraar krijgt onvoldoende ruimte, ondersteuning en waardering. Met als gevolg een oplopend lerarentekort.
  2. Teveel kinderen starten de schoolcarrière te laat.
  3. Te vroege selectie.

De vier scenario’s zijn voorzien van een raming van structurele financiële gevolgen:

  1. Fundament op orde, beloning kwaliteitsverbetering en meer sturing van de overheid bij het versterken van overheidsorganisatie. Kosten: 1 miljard.
  2. Fundament op orde en meer voorschoolse educatie. Kosten: 2 miljard.
  3. Fundament op orde, onbelemmerde ontwikkeling van kinderen en jongeren en een nieuw stelsel voor 0-14 jaar. Kosten: 8,5 miljard.
  4. Bezuinigingsvariant. Besparing: 4 miljard. 

Het op orde brengen van het fundament betekent: er wordt een heldere, in de wet verankerde, maatschappelijke opdracht voor scholen geformuleerd. In deze opdracht wordt onder andere opgenomen dat scholen ervoor moeten zorgen dat leerlingen geletterd en gecijferd van school komen, gelijke kansen krijgen op een passend aanbod, dat leerlingen bijdragen aan de sociale samenhang en samenleving. Het curriculum wordt opnieuw vormgegeven, zodat het past bij de eisen die de maatschappij stelt, zonder overladen te zijn. Leerlingen kunnen zonder voorwaarden doorstromen naar een hoger onderwijsniveau.

 

Onderwijsraad: Later selecteren en beter differentiëren

In het rapport van de Onderwijsraad wordt verwezen naar interessant onderzoek van de leerprestaties van de verschillen en overeenkomsten van leerlingen op verschillende schooltypes. In het schooljaar 2015-2016 waren de leesprestaties van de beste helft van de havoleerlingen gelijk aan die van de gemiddelde vwo-leerling. En de prestaties van de beste helft van de vmbo-kader-leerlingen waren gelijk aan die van de gemiddelde vmbo-g/t-leerling. Deze mate van overlap in prestaties is een indicatie dat de huidige selectie geen recht doet aan de capaciteiten van leerlingen, waardoor niet iedere leerling maximaal wordt uitgedaagd. Later selecteren en vooral beter differentiëren is volgens de Onderwijsraad de oplossing. Voor dat differentiëren gaat de raad in de leer bij Carol-Ann Tomlinson. Laat niet iedere leerling hetzelfde programma volgen binnen een jaarklas, maar maak programma’s op basis van de gereedheid van een leerling, interesse van een leerling of het leerprofiel van de leerling. In alle documenten wordt een pleidooi gehouden om maatschappelijke ontwikkelingen meer te betrekken in het onderwijs. Waarom laten we leerlingen niet kiezen voor programma’s of workshops waarin maatschappelijke thema’s als uitgangspunt worden gebruikt voor het curriculum? 

 

Kansenongelijkheid en het SER rapport

In het SER rapport over Gelijke Kansen worden de factoren van kansenongelijkheid op een rijtje gezet: sociaal-economische achtergrond, de regio/buurt waar je woont, je netwerk, migratieachtergrond, gezondheid en geslacht. Kinderen met een rijke context thuis hebben op school een grote voorsprong. De school kan niet de nadelen van al die maatschappelijke achterstanden wegwerken, maar kan wel een deel compenseren. Door de faciliteiten van school ook na schooltijd beschikbaar te stellen. Een jongere die thuis geen rustige plek heeft om huiswerk te maken moet die op school kunnen vinden. Ook ’s avonds en in het weekeinde. Een leerling moet na schooltijd ook in school nog even kunnen oefenen op een drumsolo of een dansmove of met een groepje werken aan een project. De kansenongelijkheid kan ook teruggedrongen worden als iedere leerling op school gratis gezonde maaltijden kan krijgen, warm en koud. Als er thuis geen goede wifi verbinding is of niet altijd een laptop beschikbaar, dan wordt dat gecompenseerd op school. Laat leerlingen mede-eigenaar worden van de school. Dan kunnen ze direct leren goed om te gaan met eigen bezit. Het SER rapport versterkt de roep om meer voorschoolse educatie en ondersteunt de Onderwijsraad met het pleidooi om later te selecteren. Er moet meer geïnvesteerd worden in de kwaliteit van leraren en schoolleiders en een professionele onderwijsorganisatie. Voor leerlingen wil de SER een breed aanbod van ontwikkel-mogelijkheden en meer digitalisering om persoonsgericht onderwijs mogelijk te maken. En de SER wil ook dat een gezonde leefstijl systematisch wordt gestimuleerd.

 

Schaduwonderwijs

Ouders met financiële middelen maken in toenemende mate gebruik van het schaduwonderwijs. Het gaat om huiswerkbegeleiding, examentrainingen, zomerscholen  en speciale reken- en taalprogramma’s. Als de reguliere lessen op school niet de gewenste cijfers opleveren voor een overgang of toelating tot vervolgonderwijs, dan is de vlucht in het schaduwonderwijs het antwoord. Demissionair minister van Onderwijs, Arie Slob, wil met het NPO het schaduwonderwijs niet stimuleert, maar dan had het ministerie het programma heel anders moeten ontwerpen. Nu is het een soort snoepdoos voor commerciële bureautjes. Het is een grote uitdaging voor schoolleiders en docenten om programma’s te ontwerpen die een duurzaam karakter hebben en ten goede komen aan het huidige docententeam.

 

Het lerarentekort

In 2007 bracht de commissie Rinnooy-Kan een alarmerend rapport uit over de positie en kwaliteit van leraren. Er werd geconstateerd dat beleid van 15 jaar om het lerarentekort op te lossen had gefaald. Anno 2021 kunnen we constateren dat er na 29 jaar nog geen oplossing gerealiseerd is. Dat komt niet omdat er geen oplossing denkbaar is, maar omdat een deel van de docenten niet voldoende betaald krijgt, de klassen te vol zijn en omdat docenten onvoldoende ruimte krijgen om een stempel te drukken op het ontwerpen van leerprogramma’s. Het keurslijf van toetsen en examens moet anders en docenten moeten tijd krijgen om met elkaar leerstof samen te stellen. Op maat gesneden voor hun leerlingengroep. Daar is geld voor nodig en een andere visie op onderwijs.

 

Motivatie

Volgens de Canadese psychologen Edward Deci en Richard Ryan staan drie begrippen centraal bij leren: autonomie, verbondenheid en competentie. Bij autonomie gaat het om individuele vrijheid en het gevoel van zelfbeschikking. Bij verbondenheid gaat het om het universele verlangen naar interactie, contact, ergens bij horen. De motivatie om iets nieuws te doen komt soms uit het individu zelf, maar ook door te zien wat anderen doen. Bij competentie gaat het om de balans tussen beschikbare kennis en vaardigheden van het individu en de uitdagingen die worden voorgehouden. Taken moeten niet te makkelijk zijn - anders kunnen leerlingen afhaken omdat het te saai is - maar ook niet te moeilijk, want dan dreigen leerlingen af te haken omdat ze denken nooit dat niveau te halen. Voor het juiste verwerkingsproces zijn van belang: betekenis geven aan de nieuwe stof, positieve benadering, succesbeleving, individuele aanspreekbaarheid en feedback. En dan niet de eenvoudige feedback van een cijfer, maar analyse van hoe het ging, wat beter kan en suggesties om verbeteringen uit te proberen. 

 

Waar zit de vernieuwingskracht in het onderwijs?

Zit de vernieuwingskracht in het onderwijs bij bestuurders, schoolleiders, docenten, ouders, wetenschappers, leerlingen, ambtenaren, politici, journalisten of onderwijs-influencers? Bij de schoolleider waar geld beschikbaar komt met de opdracht om met zijn docententeam vernieuwing te ontwerpen? Schoolleiders van Nederland, er is veel aan de hand in onderwijsland. Het is nu de tijd om na te denken over onderwijs na corona. Gestimuleerd door rapporten van de Onderwijsraad, de SER en de ambtenaren van het ministerie van Onderwijs. Laat het momentum ook gebruikt worden om de gelden van het NPO met een blik op de toekomst in te vullen. Sinds het rapport Tijd voor Onderwijs van de commissie Dijsselbloem uit 2008 is er grote weerstand in Nederland voor ingrijpende stelselherzieningen. Laat het ministerie ruimte geven om ingrijpende vernieuwingen uit te proberen. Geef docenten de ruimte om eigen concepten met elkaar te ontwikkelen. Dan wordt het onderwijs vanzelf aantrekkelijk voor nieuwe docenten. Het is toch prachtig om jonge mensen te begeleiden in hun zoektocht naar hun eigen talenten, ze te laten nadenken over maatschappelijke ontwikkelingen die hun toekomstige leven gaan bepalen en ze te helpen om een constructieve positie te vinden in de samenleving. Daar wordt de wereld toch beter van?

Michiel Verbeek, auteur van het boek Wie durft deze school aan?

www.stellausat.nl